opinie
Reünie oud-bestuurders: beleving van Bas van Holst (oud-raadslid D66)
Na 30-40 jaar, een reünie met oud-raadsleden/bestuurders, dat moet kunnen.
Als gast is het feitelijk ongepast een oordeel te vellen over de bijeenkomst. Maar
we werden gedaagd onze visie te geven op de gewenste toekomst. Daar past dan
een publieke verantwoording bij voor de genoten en gewaardeerde gastvrijheid.
Vandaar hierbij mijn persoonlijke beleving en verantwoording. Met dank aan en
respect voor de initiatiefnemers en gastheer (m/v).
Om 18.30 uur had ik het wel gezien en keerde met een ervaring rijker en een
illusie armer naar huis. Het buffet heb ik aan me voorbij laten gaan. Ik kon niet
tegen de atmosfeer. Geen sfeer van reflectie, begin van herkenning, laat staan
van erkenning in de zin van, misschien was het toch beter geweest, als...... Neen,
de houding was van: “Wij bestuurders hebben met elkaar Capelle aan den IJssel
groot gebracht tot deze mooie Stad aan de IJssel”. Links of rechts een
schrammetje, maar een resultaat om met elkaar trots op te zijn. Van dorp naar
stad, met een Stadshart. De stedenbouwkundige liet ons echter zien juist geen
stad met een hart te hebben gebouwd. De verzameling wijken van Capelle aan
den IJssel vormen twee vingers van, wat planologen noemen, een vingerstad.
Twee vingers met het centrum van Rotterdam als handpalm. Een model waarvoor
we nooit hebben gekozen. Afgewezen, niet voorzien, maar wel gerealiseerd.
En, en de huidige problemen? Ook deze hadden we niet voorzien en mogelijk
waren deze ook niet te voorzien. De problemen waar het huidige bestuur voor
staat zijn het gevolg van de crisis, het Rijk, de Provincie, de buurgemeenten, de
vergrijzing. Dat alles lag niet aan ons, noch aan onze onderlinge geschillen
omtrent politieke doelstellingen of visies. Maar klopt dit? Laten we toch echt
terugkijken en leren voor de toekomst. Opmerkelijk was dat enkele beeld
bepalende oud-bestuurders schitterden door afwezigheid, of voor zover aanwezig
niet reageerden met een “sorry, zo waren de tijden”. Trots werd gekeken naar
het “succes” van de Bergenbuurt in Oostgaarde. De fantastische terugblik van het
duo Thomasvaer en Pieternel kon de pret niet drukken, die hebben het altijd al
verkeerd gezien. Ze zijn feitelijk onmisbaar. Een dergelijke cabareteske
beschouwing mag of beter moet wat mij betreft een vaste plaats krijgen op de
jaarlijkse nieuwjaarsreceptie.
De oudgedienden werd gevraagd naar de toekomst te kijken aan de hand van
verbeeldende scenario’s. Capelle is vol, maar zonder nieuwbouw komen we in een
toekomst van verval. Nieuwe woningen zijn nodig om het te kort op de begroting
als gevolg van de crisis te dekken. Veel kantoren staan leeg. Inwendig slaak ik
een kreet van verbazing. Een stortvloed van vragen kwam in me op, dringend in
mijn hoofd om eerste aandacht.
Hoe heeft men kunnen beslissen om op een unieke locatie aan de rivier een
kantoor voor de gemeente neer te zetten terwijl er een leegstand is van
duizenden meters kantoorruimte? En als de lege kantoren bemenst worden wat
betekent dat voor de verkeersafwikkeling? Snel berekende ik dat geen leegstand
tot 4.000 of 5.000 extra verkeersbewegingen in de spits kan leiden. Is hier over
nagedacht of staan de kantoren daarom leeg?
Hoe kan men het bedenken, nieuwe, ongekende vraagstukken van crisis,
vergrijzing tot krimpende bevolking bestrijden met klassiek beleid: grondbeleid
en woningbouw. Vergeet men dat de vraag naar woningen in elkaar is gestort en
dat er daardoor minder vraag is naar nieuwbouwlocaties? Vergeet men dat
meerdere gemeentes kampen met tekorten op het grondbedrijf als gevolg van de
afgenomen vraag? Weet men niet dat het Rijk gemeentes en
projectontwikkelaars adviseert bestaande plannen tegen het licht te houden, te
schrappen of te vertragen? Vergeet men dat meer aanbod van woningen een
prijsverlagend effect heeft en dat daardoor de opbrengsten uit de OZB kunnen
afnemen? Maar bovenal, Capelle is toch afgebouwd? Capelle vraagt toch niet om
investeringen in of financiering van nieuwe bouwprojecten, woonlocaties of
bedrijventerreinen? Thuis keek ik er de nieuwe Grondexploitatiewet op na.
Inderdaad de mogelijkheden voor gemeenten om met grondexploitatie winsten
voor algemene doeleinden te boeken zijn inmiddels beperkt, zo niet nihil.
In een deelwerkgroep werd gelukkig duidelijk gesteld dat nieuwbouw om
begrotingstekorten te dekken niet van deze tijd is. Maar, schokkend was het om
te zien dat de aanwezigen, waaronder ambtenaren en een nieuwe bestuurder, in
één adem praatten over financieren en investeren en begrotingstekorten zonder
het onderscheid te zien in de fundamentele aspecten van de gemeentelijke
financiën, de mogelijkheden en onmogelijkheden van bekostiging van publieke
diensten. Het onderscheid tussen bekostigen, investeren en/of financieren
enerzijds en anderzijds nieuwe voorzieningen versus beheer en onderhoud van
het bestaande lijkt nog geen onderdeel van het denken te zijn. Een wethouder die
aan het slot van een debat aan de ambtenaar vraagt of deze voldoende kennis
heeft opgedaan om verder te kunnen, laat daarmee zien te varen op zijn
ambtenaren in plaats van zelf de koers uit te zetten.
We moesten een gewenst toekomstbeeld kiezen. Het overwegend, zo niet
uitsluitend blank getinte gezelschap koos voor een toekomst dat opmerkelijk past
bij terug in de tijd. Capelle voor welvarende, welgestelde (blanke?) burgers. Ik
zat aan in een deelwerkgroep stedelijke ontwikkeling. De vraag “wie woont er nog
in Capelle aan den IJssel?” brandde op mijn lippen. Ik wist het antwoord, maar de
sfeer was er niet naar hem te stellen.
Het door de oud-bestuurders geprefereerde toekomstbeeld staat veraf van het
beeld dat ik op straat tegen kwam bij het verlaten van het Gemeentehuis. De
afstand van Gemeentebestuur naar de ingangen van de Koperwiek mag dan
geografisch een paar meter zijn, maar in “mind-setting” een ravijn. Hier ligt een
kloof die moet worden overbrugd. De huidige bestuurders zijn aanzet, een niet
benijdenswaardige taak!
De kernvraag voor de toekomst van Capelle aan den IJssel en de begroting is de
bekostiging van de bestaande en gewenste voorzieningen, het dienstenpakket
waarvoor de gemeente het komende decennium staat bij een krimpende en
vergrijzende bevolking. Hieronder valt het beheer en onderhoud van haar
bezittingen, de publieke ruimte. Bezittingen die per saldo eigendom zijn van de
belastingbetaler en niet van de bestuurders. Het Gemeentebestuur zal nieuwe
wegen moeten zoeken voor de bekostiging of taken moeten afstoten. Het denken
moet niet worden begrensd door de gemeentegrens. Waarom wordt de oplossing
niet gezocht in een fusie met de deelgemeente Prins Alexander? Alexanderstad!
Waarom de oplossing niet gezocht in verdere vormen van samenwerking,
publiek-publiek en/of publiek-privaat? De vakliteratuur biedt veel interessante
kansen die verkend kunnen worden.
Tot slot: Deze bespiegeling heeft de gemeente twee koppen koffie, twee blikjes
bier en een toastje met kaas gekost. Ik hoop dat met deze bespiegeling de baten
voor de gemeenschap de kosten overtreffen.










word lid